Restaurant In Den Struyskelder

wallpaper #64 wallpaper #55 wallpaper #54 wallpaper #93 wallpaper #63 wallpaper #53

Historie

Café-restaurant 'In den Struyskelder' is al meer dan 40 jaar gevestigd in het souterrain van het huis 'In den Struys' aan de haven te Veere. Dit huis en de ernaast gelegen woning 'Het Lammetje' worden 'De Schotse Huizen' genoemd omdat ze lange tijd in bezit zijn geweest van Schotse kooplieden. De band met Schotland gaat ver terug in de geschiedenis. In 1444 trouwde de Veerse Heer Wolfert van Borsele met Mary Stuart, dochter van de Schotse koning Jacobus I en kwamen er al Schotse kooplui in Veere. Bijna honderd jaar later, in 1541, gelukte het de stad na lang onderhandelen om het stapelrecht op de Schotse wol te bemachtigen. Dit hield in dat de Schotten in geen andere plaats in de Nederlanden wol en schapenvellen aan land mochten brengen. De Schotse kooplieden genoten in Veere verschillende voorrechten: ze mochten een deel van de Kaai gebruiken voor het afmeren en lossen van hun schepen, ze hadden vrijdom van bier- en wijnaccijns en ze kregen een deel van de Grote Kerk ter beschikking voor het houden van erediensten.

Bij deze kerk werd in 1542 een reusachtige waterput gegraven, zodat ze altijd verzekerd waren van vers drinkwater. Bovendien mochten ze een conservator benoemen die belast was met de rechtspraak voor zover het zaken van de Schotse handel betrof. Hij genoot een jaarlijks inkomen van de stad en kreeg voor het uitoefenen van zijn functie een huis in de Wijngaardstraat toegewezen. Behalve wol werden er ook geitenvellen, kolen en potlood vanuit Schotland ingevoerd, terwijl de schepen op de terugtocht zeep, mede (uit de meekrap gewonnen verfstof), gedroogde produkten en kramerijen meenamen. Dankzij de handel met Schotland kon Veere uitgroeien tot een machtige koopstad met in 1517 circa vijfendertig honderd inwoners. Toen er na de Franse tijd geen nieuw stapelcontract meer met de Schotten werd afgesloten verviel de stad in bittere armoede.

Het huis 'Het Lammetje' is in 1539 gebouwd in opdracht van de Schotse koopman Joos Oliviers. Aan de voorzijde liet hij muurankers aanbrengen waarin distelbloemen verwerkt werden die ook voorkomen in het Schotse wapen. Oliviers werd als bewoner opgevolgd door Thomas Cunningham die wolconservator in Veere was. Een honderdtal jaren heeft zijn geslacht in Veere gewoond. In de 18e eeuw werd 'Het Lammetje' afwisselend bewoond door Nederlandse en Schotse families. Na de Franse tijd kwam het in Nederlandse handen en in 1881 werd het huis voor afbraak verkocht aan Mattheüs de Zomer, die buitengewoon opzichter van Waterstaat in Veere was. De vloerdelen en de kelderklinkers waren er al uitgebroken en de gootpijpen en de dakpannen verwijderd, toen jhr. Victor de Stuers het van de ondergang redde door het op 9 mei 1811 voor 363 euro te kopen. Hij liet het pand restaureren en bij notariële akte van 28 januari 1907 schonk hij deze fraaie patriciërswoning aan de Staat der Nederlanden.



Het rechter huis heet 'In den Struys' en is in 1561 spiegelbeeldig aan 'Het Lammetje' gebouwd. Dit is nu niet goed meer te zien, omdat er in de 19e eeuw vrij veel veranderingen zijn aangebracht. Kijken we naar de voorgevel dan zien we een gevelsteen met daarin een vogel. Deze toont ons niet een struisvogel die u daar zou verwachten, maar een dodo, de uitgestorven vogel van het eiland Mauritius. In het begin van de Tachtigjarige Oorlog werd dit pand bewoond door de Schotse koopman Joris Kinckaid. Van 1764 tot 1896 was het in eigendom van de stad en in laatst genoemd jaartal verkocht de gemeente het voor 545 euro aan de in Parijs wonende Londense miljonair Ochs. Hij gebruikte het huis als vakantieverblijf als hij met zijn jacht de haven van Veere aandeed.

Omdat Ochs een echte kunstliefhebber was, werd de woning al spoedig een verzamelpunt voor schilders, kunstcritici en andere interessante lieden. In 1916 vestigde Ochs, door de oorlog met Duitsland van zijn fortuin beroofd, zich definitief in Veere. Vanaf die tijd organiseerde hij jaarlijks samen met de kunstcriticus Plasschaert en de kunstenaar Walter Vaes schilderijen-tentoonstellingen en legde hij een antiekverzameling aan. Intussen verzamelde zijn dochter Alma klederdrachten, scheepsmodellen, porselein en meubels. Nadat beiden in 1921 het naastgelegen pand 'Het Lammetje' van de Staat in bruikleen hadden gekregen, stelden ze hun verzameling voor het publiek toegankelijk. In datzelfde jaar 1921 overleed Albert Ochs en zette Alma het werk van haar vader alleen voort. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vluchtte Alma naar Engeland. 'De Schotse Huizen' werden door de Duitse bezetters gevorderd, waarna die erin trokken. Na de oorlog besloot Alma in Engeland te blijven. Ze schonk 'In den Struys' op 29 juli 1949 aan de Staat der Nederlanden en verkocht haar verzameling voor een symbolisch bedrag van 225 euro eveneens aan de Staat, onder de voorwaarde dat het rijk beide woningen als museum zou exploiteren. Op 10 juni 1950 werden de 'Schotse Huizen' als museum opnieuw voor het publiek opengesteld. Halverwege de jaren vijftig werd in het souterrain van 'In den Struys' het sfeervolle restaurant gevestigd.

Om in een passende sfeer te kunnen dineren werden de wanden van de kelder fraai beschilderd door de Veerse kunstschilder Wim Vaarzon Morel. Tijdens het uitdiepen van de kelder in februari 1994 kwamen er uit een beerput uit de meest westelijk hoek van de kelder tal van interessante archeologische voorwerpen, afkomstig uit het middeleeuwse huis dat ooit hier heeft gestaan. Wie in alle rust van de schoonheid van Veere wil genieten kan dat vanaf het terras achter het restaurant, vanwaar U een fraai uitzicht hebt op het laatgotische stadhuis met zijn renaissance toren.