Dummy
Dummy

 

HISTORIE

Café-Restaurant In Den Struyskelder is al meer dan 40 jaar gevestigd aan de haven in Veere. Het  bevindt zich in het monumentale pand 'In den Struys'. Samen met het ernaast gelegen 'Het Lammetje' worden dit de ‘Schotse Huizen' genoemd, omdat ze ooit in het bezit waren van Schotse kooplieden.

De band met Schotland gaat ver terug in de geschiedenis. In 1444 trouwde de Veerse Wolfert van Borsele met Mary Stuart, de dochter van de Schotse koning Jacobus I. Kooplui uit Schotland wisten Veere dus toen al te vinden. En in 1541 lukte het de stad om het alleenrecht te veroveren op wol en schapenhuiden; die mochten nergens anders aan land worden gebracht dan in Veere. Als tegenprestatie genoten de Schotse kooplieden voorrechten: zij mochten een deel van de Kaai gebruiken voor het afmeren en lossen van hun schepen, hadden vrijdom van bier- en wijnaccijns en kregen een deel van de Grote Kerk ter beschikking voor hun eigen erediensten.

Bij deze kerk werd in 1542 een reusachtige waterput gegraven. Zo was men altijd verzekerd van vers drinkwater. Ook werd een conservator benoemd die belast was met de rechtspraak waar het de Schotse handel betrof. Naast wol en schapenhuiden werden ook geitenhuiden, kolen en potlood vanuit Schotland ingevoerd. Op de terugtocht namen de schepen zeep, mede (uit de meekrap gewonnen verfstof), gedroogde produkten en kramerijen mee.

Dankzij de handel met Schotland groeide Veere uit tot een machtige koopstad. Het telde in 1517 circa 3500 inwoners. Maar toen er na de Franse tijd geen nieuw stapelcontract werd afgesloten, verviel Veere in bittere armoede.

veere_07.jpg - Restaurant in den Struyskelder
veere_07.jpg - Restaurant in den Struyskelder
veere_07.jpg - Restaurant in den Struyskelder
veere_03.jpg - Restaurant in den Struyskelder
veere_03.jpg - Restaurant in den Struyskelder
veere_03.jpg - Restaurant in den Struyskelder

Het linkerhuis 'Het Lammetje' is in 1539 gebouwd in opdracht van de Schotse koopman Joos Oliviers. Met aan de voorzijde muurankers waarin distelbloemen zijn verwerkt, die ook voorkomen in het Schotse wapen. Oliviers werd als bewoner opgevolgd door Thomas Cunningham die wolconservator in Veere was. Een honderdtal jaren woonde diens nazaten in Veere.

In de 18e eeuw werd 'Het Lammetje' afwisselend bewoond door Nederlandse en Schotse families. En na de Franse tijd belandde het definitief in Nederlandse handen. In al die jaren verdwenen  vloerdelen, kelderklinkers, gootpijpen en dakpannen. Het is aan Jonkheer Victor de Stuers te danken dat het pand van de ondergang werd gered. Hij kocht het op, liet het restaureren en schonk het in 1907 aan de Staat der Nederlanden. 

Het rechterhuis heet 'In den Struys'. Het is oorspronkelijk in 1561 spiegelbeeldig aan 'Het Lammetje' gebouwd. Maar door alle veranderingen is dat niet goed meer te zien. Op de voorgevel bevindt zich een gevelsteen met daarin een vogel. Geen struisvogel, maar een dodo, de uitgestorven vogel van het eiland Mauritius.

In het begin van de Tachtigjarige Oorlog werd dit pand bewoond door de Schotse koopman Joris Kinckaid. Van 1764 tot 1896 was het in eigendom van de stad en in laatst genoemd jaartal verkocht de gemeente het voor 545 euro aan de in Parijs wonende Londense miljonair Albert Ochs. Als deze met zijn jacht de haven van Veere aandeed, gebruikte hij het pand als vakantieverblijf.

veere_04.jpg - Restaurant in den Struyskelder
veere_04.jpg - Restaurant in den Struyskelder
veere_04.jpg - Restaurant in den Struyskelder
veere_02.jpg - Restaurant in den Struyskelder
veere_02.jpg - Restaurant in den Struyskelder
veere_02.jpg - Restaurant in den Struyskelder

Albert Ochs was een kunstliefhebber. De woning werd een verzamelplaats voor schilders, kunstcritici en andere interessante lieden. In 1916 vestigde Ochs, door de oorlog met Duitsland van zijn fortuin beroofd, zich definitief in Veere. Vanaf die tijd organiseerde hij jaarlijks, samen met de kunstcriticus Plasschaert en de kunstenaar Walter Vaes, tentoonstellingen en legde hij een antiekverzameling aan. Intussen verzamelde zijn dochter Alma klederdrachten, scheepsmodellen, porselein en meubels. Nadat beiden in 1921 het naastgelegen pand 'Het Lammetje' van de Staat in bruikleen kregen, werd de verzameling voor het publiek toegankelijk.

In datzelfde jaar 1921 overleed Albert Ochs. Dochter Alma zette het werk van haar vader voort. Maar bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vluchtte zij naar Engeland. De ‘Schotse Huizen' werden door de Duitse bezetters gevorderd. Alma bleef in Engeland en schonk 'In den Struys' op 29 juli 1949 aan de Staat der Nederlanden. Zij verkocht haar verzameling aan de Staat, met als  voorwaarde dat het rijk beide woningen als museum zou exploiteren. En op 10 juni 1950 werden de 'Schotse Huizen' als museum opnieuw voor het publiek opengesteld. 

Halverwege de jaren vijftig vestigde zich in het souterrain van 'In den Struys' ons sfeervolle restaurant In den Struyskelder. Om te dineren in een historisch passende sfeer, zijn de wanden van de kelder fraai beschilderd door de Veerse kunstschilder Wim Vaarzon Morel. Tijdens het uitdiepen van de kelder in februari 1994 kwamen er uit een voormalige beerput interessante middeleeuwse archeologische voorwerpen tevoorschijn, die nu te zien zijn in het naastgelegen museum. En wie in alle rust van de schoonheid van Veere wil genieten, kan dat vanaf het terras aan de achterzijde. In de omsloten binnentuin heeft u een mooi uitzicht op het laat-gotische stadhuis met zijn renaissance-toren.

veere_01.jpg - Restaurant in den Struyskelder
veere_01.jpg - Restaurant in den Struyskelder
veere_01.jpg - Restaurant in den Struyskelder